Stalregels

  1. Voor het rijden het paard in de box of op de poetsplaats poetsen en de hoeven uitkrabben.
  2. Als paarden worden gepoetst in de box, het paard nooit vastzetten aan de tralies maar aan het dikke deel van de box zoals het frame van deur of box. (niet aan de deur zelf)
  3. Paarden mogen nooit zonder toezicht met een halster om staan.
  4. Na het rijden hoeven uitkrabben, drinkbak controleren of deze goed werkt, bit afspoelen en direct zadel, sjabrak en hoofdstel opruimen in de zadelkamer zodat het paard er niet aan kan eten. Zadelsteun terugklappen tegen de muur.
  5. Geleende caps, beenbeschermers, bontjes, zwepen, poetsspullen en halsters terugleggen op de daartoe ingerichte plaatsen.
  6. Na het poetsen mest en poetsafval opruimen en op de mesthoop deponeren.
  7. Longeren mag alleen in de longeerkraal, waarbij het paard met behulp van een longeerlijn dient te worden gelongeerd. Je mag je paard hier niet loszetten.
  8. Loslaten alleen in de loslaatkralen, niet in de rijbanen, daarna harken als het paard gaten heeft gegraven.
  9. De deuren in de achterstal mogen niet door mens en paard gebruikt worden. Voor de loslaatkralen wordt er omgelopen.
  10. Na het rijden, longeren of loslaten mest opruimen.
  11. Na het afspuiten op de spuitplaats de slang ophangen en de spuitplaats aanvegen en opruimen, vooral de afvoerput.
  12. Gebruikt gereedschap, zoals kruiwagens, mestvorken e.d., opruimen.